Johannes Koster
Het hok van: Johannes Koster
Ik heb in een vogelvlucht al aangegeven waar ik mee kweek.
Voor deze kweek heb ik in principe 30 broedkooien ter beschikking.
Voor de jongen en vogels die niet in de kweek zijn heb ik negen vluchten ter beschikking, waarvan drie een buitenvlucht hebben.
Bij mij is de kweekruimte in twee verschillende ruimtes opgedeeld. De ene ruimte is goed geïsoleerd en kan ik in de winter vorstvrij houden.
De andere ruimte is niet vorstvrij. Hier moet ik in de wintermaanden oppassen met de vogels. Zo zijn de grasparkieten niet gevoelig voor bevriezing van de poten, agaporniden zijn dat des te meer. Het is dus zaak vooraf goed te overdenken waar je de vogels in mijn geval plaatst. In de praktijk zal ik in de winter periode geen agaporniden in de niet geïsoleerde ruimte laten overwinteren.

In het nest van de agaporniden zal de vorst niet zo snel doordringen. Hierdoor kan ik dus wel in een onverwarmde ruimte kweken, maar moet ik oppassen agaporniden in deze ruimte te laten overwinteren.
Nu zult u denken dan moet je beter isoleren, maar daar creëer je mogelijk
een ander probleem mee, nl. het niet uitkomen van de eieren omdat er niet voldoende is geventileerd.
Ik hoop dat u middels de foto’s een indruk hebt gekregen van mijn kweekruimtes.

